27. Brieven aan Hans - Geschreven door Nan, tijdens de kampjaren. (Java 1942-'45))

19 Juni ‘42
Een jaar geleden waren we op weg naar Wanasari*, wat is er intussen veel gebeurd! 9 April werd je geinterneerd en het was te voorzien dat je met de geboorte van ons kinneke niet thuis zou zijn. En nu weet ik niet eens of je al op de hoogte bent van dit heuglijke feit. Op Zondag 14 Juni ‘s middags om 5 min. over half 4 kwam ze krijsend en spartelend ter wereld en nadat de dokter geconstateerd had, dat het een meisje was, zeiden hij en Sybil* om beurten: “Wat een mooi gaaf kindje!”. Wat een prachtig rond kopje!” “Wat een beeldige handjes!” enz. En toen ook Bob en Cor het zagen, waren allen het erover eens, dat he teen zeldzaam mooi en lief diertje was. Je begrijp hoe trots ik was. Niet één rimpeltje, een schattig mondje, spits kinnetje en rode appelwangetjes. Bob zei direct: Precies Jenny en inderdaad ‘t was zo. Grappig was nog Walter* die op ‘t eerste gekrijs door de deur wist te glippen en met opgezette oortjes, extra kromme pootjes en nieuwsgierige oogjes, klaar was om naar dat glibberige spartelende gevalletje op het bed te springen. Natuurlijk kreeg ik het even te kwaad en die schattige Dr. Wirth* nam direct m’n hand en zei: “Ik zal maar net doen of je vader ben!”
De hele bevalling ging wonderlijk snel. Tot 1 uur was er aldoor bezoek geweest, toen begon het spul*, om half 2 kwamen dokter en zuster en zo was het in ruim 2 uur achter de rug. Je kunt je indenken, hoe gelukkig ik was! Oh Hans, het is zo’n schatje, en eigenwijs! Ze kan heel preuts* kijken, rekt zich dan weer als een groot mens uit of trekt haar snuitje onbekwast* tot een soort lachje. Trees*, die eergisteren hier was, meende dat ze al volgde met de ogen; nu in ieder geval reageert ze op licht diselt* en ook op geluiden. De 3de dag nam ik een paar kiekjes, morgen nog een paar. Haar 4de levensdag had ze het erg te kwaad, ze had blijkbaar teveel gedronken, haar naveltje was losgegaan en ze huilde veel, maar dat alles is vandaag weer over. Ze drinkt uitstekend en ze* laat zich aanzien* dat ik ook wel genoeg voeding voor haar zal hebben! De Zorghvlietmensen* zijn allemaal even aardig. ‘t is hier toch net één grote familie. Mevr. Ooms* stuurde direct bloemen en een schaal heerlijke vruchten en Mevr. V. Beusekom stuurt iedere dag iets lekkers: bouillon, pudding, vruchten enz. Vind je dat niet reusachtig? Verder stuurden Trees* en de Treurens* een beeldige mand met roze wasbloemen. Ook aan kleertjes ontbreekt het niet! Cootje maakte een snoezig blauw nachtpakje, wat onze Femia vannacht al aan had. Sybil maakt een jasje en een schortje, van Mevr. Mirth* kwam nog een hemdje*. Uit naam van Schoondorp kreeg ik een beeldige rammelaar: een zilveren konijntje aan een bijtring. Die pronkt mee in de wieg en zo nu en dan slaat ‘t wurmpje er per ongeluk tegen aan. Charlotje kwam ook een zelfgemaakt hemdje brengen, met een jasje en sokjes en van Mevr. Polling* kwam een heerlijke koek. Dit lieve mens bood aan voor extra voeding te zullen zorgen, indien nodig; “Wij verdienen nog en moeten dus voor de anderen zorgen” Zo zie je hoe de mensen elkaar nu tegemoet komen en ik zou beslist volmaakt gelukkig zijn, als jij onze Femia Hannie ook gezien had en ik zeker wist dat je gauwe weer thuis was mijn lieve schat!

21-6-‘42
Vandaag is ons snuiske* 1 week oud. Het is grappig zoals zo’n kindje in die korte tijd al vermenselijkt. Ze is zo grappig Hans! Trekt de meest eigenwijze snuitjes en heeft een stem van heb ik jou daar. Ja jongen, misschien is het maar goed dat jij er de eerste tijd nog niet bent. Je zou haar beslist bij elk kreetje uit haar mandje vissen. Ik ben al een ontaarde* moeder, die zomaar, als haar kind ‘s nachts ligt te brullen, daar rustig weer bij inslaapt en zelfs luidkeels begin te snurken! Maar wees niet ongerust: als ze huilt, kijk ik steeds even of er wat bizonders is en is dat niet het geval, wel, dan laat ik haar huilen.
Morgen mag ik officieel op, maar zoeven ben ik er maar uit gegaan: er waren vliegtuigen die mitrailleerden* en dus leek het me beter even te proberen of ik me in geval van nood zou kunnen redden en dat viel nogal mee!
Onze Femia licht nu al haar hoofdje een heel eind op, en draait zich om in haar wiegje. ‘t Zal me een kleine woelwater worden! Gister sliep ze net als jij, met haar armpjes onder haar hoofdje gevouwen en vandaag heel grappig met één armpje over haar snuitje gebogen.

23-6-‘42
Gistermiddag, terwijl ik opzat, kwam het mooiste cadeau wat ik tot nog toe gehad heb: een geboortekaart van Robbie!! Hans, ik was er aangedaan van, want ik dacht: als die het weet en hij zit in Tjimshi*, dan moet Hans het nu ook al weten! En ik hoop dat het zo is, want daarover leef ik nog steeds in onzekerheid, te meer omdat nu weer gezegd wordt dat jullie naar Tjilatjap gebracht zijn. Oh jochie, was je vandaag maar hier, ik ben voor het eerst helemaal op, heb Femia zelf gebaad, wat ze blijkbaar niet leuk vond, want ze gilde luidkeels. Daar het drie dagen achtereen goot, wilde de was niet drogen en deed ik haar, inplaats van een navelbandje een zakdoek van jou om! En nu staat het wiegje gezellig voor het raam achter, lekker in het zonnetje! Dr. Mirth* komt morgen voor het laatst, we zullen zijn bezoeken missen., hij is een schat en bracht iedere keer een hoop gezelligheid mee. Gistermiddag kwamen Mevr. Gomes* met dochters, zij brachten een grote mand vol vruchten mee, een paar eigen gemaakte sokjes en een beeldig slabbetje, een tuiltje* viooltjes maakte ‘t geheel af. Snoezig was het!

28 Juni ‘42
Veertien dagen is Femia nu oud en ze wordt met de dag schattiger: haar haartjes groeien al en worden blonder, ze kijkt naar alle kanten in het rond en als ze na het drinken tegen mijn schouder ligt om een boertje te laten (meestal komt er tevens een flink “protteke*”) heft ze heel eigenwijs haar hoofjde op. ‘t Wordt al een echt klein mensje en ik kan soms zo echt even van haar zitten te genieten. ‘t Is zo erg jammer dat we dit nu niet samen kunnen doen, maar dat halen we later wel in, wat jij?
Bob zegt dat ze op jou begint te lijken, ik weet het niet meer, nu haar gezichtje wat langer is geworden zie ik er geen enkele gelijkenis meer in, maar het is en blijft een schatje! Ikzelf gevoel me al weer volkomen gezond en wandel al weer de hele buurt rond. Cor D.D. blijft dan thuis, zodat ik er even uit kan. Ik moet nu alleen weer wat kleur krijgen en daarom heb ik dan ook al twee ochtenden heerlijk zitten zonnen, maar dat is nu ook afgelopen, want morgen begin ik weer met de andere spruiten. ‘t Is toch maar fijn dat ik het doen kan, want ‘t geeft een hoop afleiding en ik doe tenminste iets nuttigs en dat doet je in deze tijd ook al goed. Nu mijn lieverd, ik moet tijdig naar bed. ‘t is ‘s ochtends vroeg dag nut* zo’n kleine puk*, die om zes uur om haar drinken vraagt. Dag schat, ik denk veel aan je. Welterusten!

5 Juli ‘42
Weer is er een week voorbij. Femiatje is in die tijd 135g aangekomen, een stuk gegroeid en wat dikker geworden. Wat gaat dat allemaal snel bij die kleine wurmpjes! Vanmorgen is ze ook weer gekiekt, nu door een schoonzusje van Cor, die beroepsfotograaf is geweest, dus hoop ik maar dat ze erg leuk zijn geworden! Verder maakte ik deze week een tabel voor haar gewicht, lengte en tandjes en Cor nam afdrukjes van haar handje en voetje. Als je soms dacht, dat dat gemakkelijk ging heb je het mis hoor, ze hield haar handje stijf dicht en dacht er niet over het te openen, maar na veel moeite en vergeefse pogingen lukte het toch. Op de volgende bladzijde zie je het resultaat, wat lang niet gek is! En tenslotte werd ik gister ongerust gemaakt door een telefoontje wat Sybil kreeg van een dame uit jouw naam om te vragen of de baby er al was en wat daar zoal bij hoort. Oh Hans, wat vond ik dat weer beroerd, ik had er zo op gerekend dat je het nu ook wel wist, na die kaart* van Robbie en nu zit je nog aldoor in onwetendheid, mijn arme lieve kerel, dit vind ik werkelijk verschrikkelijk! Als je je nu maar niet ongerust gemaakt hebt! Maar jij bent zo’n dome* Hansje, dat heb je natuurlijk toch gedaan, ondanks dat ik je op je hart gedrukt heb voor je wegging om ‘t niet te doen. Oh* Hans je bent zo’n lieve lieverd en ik kan zo naar je verlangen, als ik ‘t kindje voed en jij kunt dit nu niet zien en al ‘t andere met zo’n schattig klein gevalletje, dan huil ik wel eens heel eventjes, maar tenslotte is het voor jou allemaal zo veel erger! Maar we houden goeden moed, wie weet kom je gauw weer thuis of mogen we elkaar eens spreken of schrijven, dan wordt alles weer veel gemakkelijker voor ons! Nu moet ik naar bed om nog even te dutten voordat Femia haar souper krijgt om ± 10 uur.

12 Juli ‘42
Alweer een Zondag, dat is de dag, waarop ik, zonder me te haasten, Femia kan baden en je begrijpt, dan wordt ze wel wat verwend! Wat is ze al veel gegroeid en veranderd in die vier weken! Haar beeldige lange handjes zijn in de breedte uitgegroeid en worden nu als jouw en mijn hand. Haar oogjes zijn blauwgrijs en lijken wat op die van mijn Vader. Sinds Donderdag verbeeld ik me, dat ze probeert om te lichen, maar van harte gaat het nog niet. Donderdag moesten we een pakje naar jullie sturen en ik zette als afzender Femia H. Jantzen. Hopelijk heb je het gezien en heb je nu ook al wat nader bericht over haar gekregen. Ze is al zeker 4 cm. langer geworden, vooral haar hoofdje is al veel groter. ‘s Morgens na de eerste voeding, liggen we ons altijd allebei om het hardest uit te rekken. Ze kan dat zo grappig met één vingertje in de lucht! Je kunt nu ook echt merken dat haar zintuigen beginnen te werken: ze kijkt echt in ‘t rond, heeft heel goed in de gaten als de kap van haar wiegje omhoog gaat en begint onmiddelijk te jengelen tenzij ze al te slaperig is. Wat zou jij haar verwennen Hansje, ze vindt het heerlijk om gedragen te worden en wordt dan ook, midden in het hevigste verdriet direct stil, zodra ze opgenomen wordt. En schreeuwen kan ze! Tjonge wat een stem! Je begrijpt ook niet dat ze het zo lang vol kunnen houden. Nadat we Woensdag in opwinding gebracht waren over die pakjesbrengerij, stond ‘s middags Gerda Simons voor onze neus; die was met honderden andere vrouwen uit Oost Java gekomen omdat er aldaar verkondigd was, dat jullie bezoek zouden mogen ontvangen. Gerda kwam nog een nacht logeren, ze heeft Femia goed bekeken om aan Jenny volledig verslag uit te kunnen brengen. ‘t Was gezellig haar een dagje hier te hebben.

15 Juli
Gister was Femia een maand oud, het viel juist op Bobs verjaardag. Ik vroeg haar wagen te leen en om 2* uur stapten we netjes naar Tante* Bob! Dat was Femia’s eerste uitje en ‘t beviel haar best. Cor en ik bleven ere ten, ons wurmpje sliep heerlijk buiten in de tuin en werd nah et eten flink door Tante Bob verwend., die haar natuurlijk op schoot moest hebben! Femia vond dat lang niet gek; ze heeft Bob als cadeautje zo’n druksuikerpot* van jou gegeven en kreeg zelf een beeldige hansop en een truitje dat Joke* voor haar maakte. Joke is een R.Kr.* verpleegster, en jong meisje, dat Bob in de huishouding, opvoeding van de kinderen enz. assisteert. ‘t Was wel een opwindende dag Bob had nl. een erg onplezierig nieuwtje voor Cor en mij, waar we alle drie niet in geloofden en toch weer over in de put raakten, totdat ik opeens bedacht dat mij de dag tevoren voorspeld was, dat ik binnen drie dagen een onplezierige tijding zou krijgen, waar ik geen geloof aan moest hechten! Later bleek ook dat ‘t een vals bericht was en nu ben ik dan ook in de beste stemming, Bob en Cor gelukkig ook en zo was de dag van gisteren tenslotte één van de prettigste dagen uit de laatste tijd!

- pagina met voetafdrukje-
Afdrukjes van Femia’s rechterhandje en van haar linkervoetje gemaakt op 4 Juli 1942
Haarlokjes
20 dagen oud
1 jaar oud

- pagina met babyfoto’s (oorspr 5 foto’s, 4 nog aanwezig, 2 van gezichtje slapend met stoel op achtergrond, 2 in wiegje) -

17 Juli
Femia 2 maanden oud

19 Juli
Femia begint al aardig te weten wat ze wil; zodra je haar in de wieg legt en je doet de kap dicht zet ze een flinke keel op en als je haar opneemt zwijgt ze natuurlijk stille en glimlacht heel lief tegen je. Ze begint al echt meer en meer mens te worden, ‘t is een lief diertje! Bob vindt dat ze erg op jou gaat lijken. Dat zou ik fijn vinden, maar ik zie het toch nog niet zo erg. Vanmorgen heb ik een houten bedje voor haar gekocht voor de somma van F3.- Een keurig dingetje: 1.20 x 75 cm. Jacob mag het voor me verven, met licht crème verf, die ik nog in de bengkel* vond.

21 Juli.
Vanmorgen was Femia zo schattig: ik vertelde haar hoe lief haar pappie toch wel is en dat ze hem zo fijn in z’n baard zal kunnen grijpen als hij thuiskomt en gedurende het hele verhaal heeft ze aan één stuk door gelachen! En dan is het helemaal een schattig meiske! Ze vindt het heerlijk om opgenomen te worden en als ze haar boertje moet laten houdt ze tegenwoordig haar hoofdje heel fier rechtop, in plaats van het tegen mijn schouder te leggen. “En kijk toch eens Nan, het waggelt niet eens! zegt Bob, één en al opwinding. Die is haast nog enthousiaster dan ikzelf. ‘t Zal ook niet lang meer duren of ze gaat niet meer in het wiegje, ze werkt zich al helemaal omhoog, tot ze met haar hoofdje tegen ‘t einde ligt. Tegenwoordig slaapt ze ‘s nachts door tot zes uur ‘s morgens, dat is helemaal heerlijk.

26 Juli.
Je zou haast zeggen dat Femia vandaag een beetje jarig is, er kwamen twee pakjes uit Djocja*, één van Jen en één van Ellen Hoosweg*, beide met de beeldigste dingen: alles voor over een poosje, ik hoop dat jij het zien zult, als ze het draagt. Ons kleine wurmpje maakt het overigens best, ze is gezellig dik en rond en roze uit*, maar is niet te dik. ZE kan zo’n schattig klein pruimmondje* trekken, of gapen, dan trekt ze haar mondje in de vorm van een scheve O. Voor de voeding van half 10 ‘s avonds is ze haast niet meer wakker te krijgen, dan ligt ze eerst rustig door te slapen op de babytafel en dan net als ik haar een schone luier aan wil doen, begint ze zich uit te rekken en om te rollen, zodat ze haast niet aan te kleden is. Ze heeft echte lieve ogen, dat valt iedereen op en laatst vond ik eindelijk ook, dat ze op jou begint te lijken. Ik heb zo’n idée dat he teen kleine woelwater wordt, ze werkt zich al helemaal omhoog in haar wiegje. Van Justin* krijg ik waarschijnlijk de kinderwagen te leen, dank an ik Femia eens meenemen naar anderen en bend an niet zo aan huis gebonden.

6 Aug.
Jenny is er met Helentje! De vorige Vrijdag stond ze ineens voor mijn neus. Wat vond ik dat fijn! Nu kan je eigen zus je over ons hummeltje vertellen, dat is leuk, want haar vallen weer andere dingen aan haar op dan mij, omdat zij jou als kind heeft gekend. Precies Bubi, toen hij klein was” ziedaar haar oordeel en dat vind ik echt fijn. Ik begin nu ook te zien dat ze op jou lijkt! En wat wordt ze schattig! Ze heeft nu buien dat ze tijden achtereen lief ligt te lichen en begint er dan kleine geluidjes bij te maken. Die geluidjes doet ze sedert een dag of 4. Ook kan ze zo heerlijk liggen bellen blazen, d’r hele kleine mondje (zo groot al seen dubbeltje) vol kleine blaasjes. Met haar oogjes volgt ze je nu naar alle kanten en zoekt soms echt, waar je bent.
Jacob haalde de kinderwagen van boven en vandaag was ik even met haar uit naar Bob. Nu Jenny er is, wil ik ook kiekjes maken.
Op haar badje is ze tegenwoordig dol, liefst zou ze haar hele hoofdje onder water duwen en ik moet haar stevig vasthouden, want soms zet ze zich met haar voetjes zo hard af, dat ze met haar hoofdje haast tegen de bovenkant stoot! Cor D.D. is vertrokken. Net de Vrijdag dat Jenny kwam. En halverwege de maand krijg ik een nieuwe bewoonster met twee kindertjes. Ik ken haar nog niet, dus het is afwachten!

18 Aug.
Jenny is weer vertrokken, we hadden het heel erg prettig samen, behalve de laatste dagen toen de nieuwe inwoonster onze gezelligheid kwam verstoren. Toch hadden we het fijn. Helentje sliep in de babykamer en Femia werd bij ons gezet. ‘s Avonds na het voeden en ‘s morgens ook lagen we nog wat met haar te spelen. Als je nu tegen haar praat terwijl ze op de babytafel ligt, lacht en spartelt ze van plezier. Tot nog toe sabbelde ze altijd op haar hele knuistje maar gister had ze ineens haar twee vingers te pakken. En toen ik vanmorgen de gordijntjes van ‘t wiegje openmaakte, begon ze ineens te lichen. Dat was ook voor het eerst.
‘t Wurmpje is ook verkouden geweest. ‘t Was een zielig gehoor dat gesnotter, maar ze is er nu weer overheen, had er trouwens ook geen verhoging van. Verder heeft ze last gehad van opgezette borstjes z.g.* heksenmelk, maar ook dat ging zonder moeilijkheden voorbij.

27 Aug.
De eerste foto’s van de kleine Femia zijn klaar, erg geslaagd zij ze niet, dat komt omdat ik niet overweg kan met Henri’s* toestel. De 2de film zal wel beter worden! Maar toch hoop ik dat jij de twee fototjes gekregen hebt, dan heb je tenminste enig idée van dat lieve kleine wurmpje. Je ziet haar nu als ‘t ware groeien: iedere dag heeft ze weer wat nieuws: zo had ze vanmiddag ineens haar eigen handen ontdekt en lag er intens scheel naar te kijken! Na de voeding van half vier zit ik altijd nog even met haar te spelen. Ze trekt nu een snuit of ze hele verhalen wil vertellen en zegt “Kgrrr” of “achm”* of ineens keihard “ah”. En oh zo goed weet ze het als ze terug moet in haar wiegje. Dan kijkt ze met grote ogen en zodra de kap opgaat begint ze al te huilen, ook zo zielig. Maar al gauw sabbelt ze weer tevreden op haar vuistje en slaapt dan heerlijk in. Ze ziet er zo echt gezond en fris uit met lekkere bolle roze wangetjes en stevige armpjes en beentjes. Haar nesthaartjes beginnen wat uit te vallen, zodat ze rondom haar hoofdje nu wat kaal is, bovenop heeft ze wel echte haartjes en in haar halsje nog de oude. De nieuwe zijn blonder. En haar oogjes blijven lekker blauw. Ik ben toch maar wat blij met mijn kleine meisje!

14 Sept.
Jenny heeft hier weer een week gelogeerd, ‘t was heel gezellig, we maakten de tweede filmrol op en ‘t resultaat is niet zo erg gek! Vandaag is Femia 3 maanden oud. Wat gaat de tijd toch vlug! En zo’n lief meiske als het wordt! Jonge, wat zul jij van haar genieten als je thuis komt, ze blast bellen, maakt geluiden, trappelt, alles even schattig. ‘t Liefst zit ze op m’n arm, rechtop en kijkt daarbij vriendelijk in het rond.

18 Dec.
Daar zitten we nu beschermd en wel in “Kareës”, kamer III Malabarlaan* 20. Op 14 Dec. toen Femia precies een half jaar oud was, verhuisden we naar beneden. Er was allang sprake van dat in Bdg.* de vrouwen ook in kampen zouden moeten, maar telkens kwam er weer tegenspraak van die geruchten, totdat ze er in November toch werkelijk toe overgingen. Enerzijds is het niet zo gek; nu toch bijna alle mannen geïnterneerd zijn en er vooral in de buitenwijken steeds ingebroken werd, zit je hier wel zo rustig!

1 Jan. ’43 Nieuwjaarsdag, regenachtig en triest, zoals de stemming van de meeste mensen op feestdagen. Maar na regen komt altijd zonneschin en zo is het ook met ons. De hoop op de toekomst en op een goede toekomst komt altijd gauw weer terug al hebben we ons ook enige ogenblikken wat neerslachtig gevoeld. Ik kan je niet zeggen hoe ontzettend blij ik in deze dagen aldoor geweest ben, dat ik de kleine Femia heb. Zo’n klein hummeltje geeft je toch een hoop troost en steun en daarbij is het nog wel zo’n schattig kindje! Haar snuitje is nog niet veel veranderd, ‘t moet opvallend zijn nog steeds haar oogjes, die zo invriendelijk en tegelijk door en door verstandig de wereld in kijken. Iedereen zegt dan ook direct wat over die oogjes. Intussen heeft ze natuurlijk alweer heel wat vorderingen gemaakt. ‘t Is een kleine woelwater geworden, en als ze niet slaapt, ligt ze heel tevreden te kraaien en te spelen met al haar speelgoed; vooral een rood-wit-blauwe kubus vindt ze erg mooi. Dat was ‘t eerste voorwerp dat haar aandacht trok. De bijtring met ‘t hazebelletje heeft nu ook haar volle belangstelling en met de aap speelt ze ook al. Als ik haar een schone luier aandoe, moet ik haar goed in de gaten houden, want voor je er erg in hebt, heeft ze zich omgedraaid en graait naar alles wat in haar nabijheid staat. De schrijftafel heb ik ingericht als babytafel, dat gaat prachtig. Verder heb ik meegenomen: Femia’s bedje, ons bed, dat leende ik uit aan anderen hier in huis en ik kreeg een eenpersoons van Mientje Meertens*, de witte kast, de toilettafel en de klok. Eerst had ik een kamer samen met Mien, maar nu heb ik de kamer ernaast voor ons alleen. Toen ik de klok had opgehangen zag Femia het direct, iedere dag kijken we dan ook samen een beetje naar de klok van Pappie! Kom ik de kamer binnen en is ze wakker dan hoor je direct van achter de klamboe: hû of een lang gerekt aaaa…. Een spiegel is ook een interessant voorwerp. Mij herkent ze er beslist in, maar of ze snapt dat ‘t kindje zijzelf is, heb ik nog niet door. ‘t Zal niet lang meer duren of ze gaat uit zichzelf zitten. Als je haar neerzet, lukt ‘t al als ze haar handjes ergens steunen kan. Ziezo nu gaan we eerst op visite bij Tante Sybil, die haar voor Kerstmis een zilveren lepeltje gaf, waar ze dagelijks haar pap mee eet. –foto “14 weken oud” ontbreekt-

- kerstkaart met voorop potloodtekening in blauw en geel van kaars en menigte mensen die hun handen opheffen naar de kaars; opschrift “kerstmis 1942-“, binnenin het volgende gedicht:

Voor Nannie:
Wij weten van vroeger tijden Nan,
Hoe heerlijk kerstmis kan wezen.
En schijnt kerstlicht ook nu daarvan,
Niet over dit kerstfeest even?

Onze harten mogen zich vullen weer
Het ‘t licht van vertrouwen en kracht
De kaarsen branden ook dit jaar teer*
Verlichten de donkere nacht.

Nan, wij en alle mannen en vrouwen
Kunnen vieren dit feest van licht,
Als ons hart blijft vol vertrouwen
En onze blik op de vrede gericht. –

Tweede kerstdag brachten we bij Trees* en de familie Treuren* door; een kleine herdenking van onze vroegere kerstvieringen bij Tante Nan vroeger. Trees maakte er een mooie avond van, waar we haar erg dankbaar voor waren. ‘t Was heerlijk de avond en de volgende dag door te brengen in een normal gezin. Dat zou echter ook niet lang blijven bestaan. Enige dagen later werd ook George* geinterneerd en verhuisden Lies, Trees en kinderen helaas naar het andere kamp in de Melatilaan.

- pagina met 3 foto’s die missen, en de tekst “Op deze foto’s is Femia ongeveer 14 weken oud”

2 Mei
- foto mist bovenaan blz – Onze Femia is van een baby ineens een mensje geworden. Nu ze zit, staat en langs de box loopt is het babyachtige er langzamerhand af. Haar kromme babypootjes, worden stevige rechte beentjes, ze begroet iedereen met een vriendelijk en vreugdevol ta-ta, wuift daarbij met haar handje heel gracieus of steekt haar armpje uit ter begroeting. Bizonder vlot is ze niet, wat haar tanden betreft zelfs zeer laat, ze heeft er nog geen één en dat nu ze bijna 11 mnd. is! En dan haar haren, zo hier en daar een heel dun piekje, ik denk er hard over om het maar af te laten scheren, want als ze dat nare haar van mij krijgt is het een wanhoop voor haar hele leven!
Intussen vliegt, ondanks alles en gelukkig maar, de tijd om. Oorspronkelijk mochten we een baboe hebben en hadden we tijd in overvloed. Maar sedert enige maanden moeten we alles zelf doen. ‘t Valt best mee hoor, Mien en ik verdelen het werk zo goed mogelijk en genieten toch nog iedere dag ons vrije uurtje van half elf tot bij* twaalf in de tuin. Wij hebben het met het huis (en de bewoners) erg getroffen. De grote tuin met heerlijke schaduwbomen, is een genot en vele mensen, die langs komen, werpen dan ook jaloerse (–foto mist onderaan blz –) blikken op ons gezellige zitje onder de boom. Femia’s en Henkje’s box staan al vroeg buiten, vlak naast elkaar, dat geeft gezelligheid. Henkje is een schooier, hij gapt alles van Femia af, waar hij maar bij kan. Vanmorgen hebben we ze samen in het bad gezet, ze hadden een plezier voor tien en kliederden de hele vloer nat!
‘t Is haast niet te geloven dat Femia al haast weer een jaar is. Op 14 Mei zag ik jou voor het laatst! ‘t Is wel heel, heel erg dat je ons wurmpje nu niet mee maakt, ze wordt nu zo erg gezellig. Je kunt met haar spelen en stoeien en meestal begint ze zelf je uit te dagen. Gelukkig had Mientje nog een film en maakten we nog een serie foto’s die alle aardig lukten. Net op tijd, want ± een maand later, bij een huiszoeking moesten we het fototoestel inleveren. Enfin, de kiekjes hadden we!
Sinds 7 Maart is het kamp nu ook gesloten, nu, eerlijk gezegd heb ik niet de minste behoefte eraan om de poort uit te gaan, vrouwelijke doktoren zijn er hier, maar een tandarts missen we erg.
En nu is voorlopig het wachten op 12 Mei. Je moet n.l. weten dat ik door Mientje nader tot ‘t Spiritisme gekomen ben. Je snapt dat er in tijden als deze een grote drang naar dergelijke dingen is, maar Mientje vatte het serieus op. En zo hebben we al heel aardige resultaten gehad. O.a. vroeg ik Piet van Dijk, die 6 April j.l. zou zijn overgegaan om jou te zeggen dat alles hier goed was, dat Femia alleen nog steeds geen tanden had, waarop hij antwoordde: “Dat gelooft hij toch niet, zijn kind is idiaal!” En nu mijn lieve Hans, voor vanavond stop. ‘t Is half negen Wel te rusten.

20* (of 30) Mei
We hadden vandaag een heerlijke zondag. Je moet n.l. weten dat hier in dit kamp alle vrouwen van buiten Bandoeng zijn ondergebracht, zo o.a. de lui uit Garoet, waaronder natuurlijk Frieda, nu Mevr. Lubbers en Lou* Postema. En dat zijn trouwe bezoeksters van ons geworden. Twee weken geleden kwamen ze ‘s ochtends een kopje koffie drinken en vonden ze ‘t zo zalig bij ons, dat ze hun pan eten hier haalden en we gezamenlijk hier buiten aten. En daar hebben we nu gewoonte van gemaakt.

3 Juli
Femia’s eerste verjaardag behoort ook alweer tot het verleden. ‘t Is zo jammer dat jij het niet mee kon maken Hans, ‘t was of ze het voelde dat zij die dag het middelpunt was, ze was extra lief en vriendelijk en als ‘s ochtends vroeg, toen ik haar in de hobbeleend had gezet, ons cadeau, direct omringd door alle kinderen uit het huis En iedereen had zich uitgesloofd om iets voor haar te maken: een slabbetje, een gebreide bal*, sokjes. Helf* had voor een stelletje nieuwe kleertjes gezorgd: een roze wollen broekje, een voile blouse en een gebreid jasje, want op haar verjaardag moet ze toch iets nieuws aan hebben! ‘t Kind werd enorm verwend speelgoed bij de fleet: een wit zeildoeken varkentje, een Mickey Mouse van goed, een pop, een blokkendoos een prentenboek en Cootje* maakte een schat van een beer. Sybil gaf een zilveren bordje dat vroeger van Marijke is geweest. ‘t Is beeldig en erg handig. Ik was er dan ook erg blij mee.
Femia’s verjaardag was de laatste normale dag, die we hier meemaakten. De dag daarop hoorden we dat de passar gelsoten zou worden en dat we allemaal van de gaarkeuken zouden moeten eten. Dat is inderdaad de 18e ingegaan en de paar dagen daarvoor begon iedereen als dol ‘t nodige (en onnodige) in te slaan. De winkeltjes op de passar waren in minimum van tijd leeg en bij de kraampjes was ‘t nu een gedrang van had ik jou daar. ‘t Eind van ‘t liedje was en is nog, dat alle babies pap en tim* krijgen, maar dat de niet-gaarkeuken klanten dagelijks groenten en rijst krijgen, die ze zelf maar moeten verwerken, want op de gaarkeuken kunnen ze alles nog niet aan. Nu hebben Mien en ik het samen prachtig. ‘s Middags eten we haar portie van de gaarkeuken samen op en ‘s avonds de groente die ik krijg. Zo gaat het best. ‘t Enige wat we zodoende missen is ons kopje koffie en een lekker biefstukje, maar dat is niets, als de kleintjes hun portie maar krijgen ben ik allang tevreden en die zijn er nog best uit*.
Heb ik je al eens verteld dat Femia een echte vrijkous is? Precies haar Pappa! De laatste dagen begin ik ook meer gelijkenis met jou te zien. En heel driftig kan ze ook wel eens zijn, maar in ‘t algemeen is ze erg zoet en lief.
Sedert 3 dagen loopt ze nu alleen. Ze kon al een hele tijd stevig staan, maar ze is erg bang om los te lopen. Opeens ging ze op een holletje door Miens kamer op Marijkes hobbel af! Ze is dol op hobbelen. Die van haar kocht ik op de passar, Jacob gaf hem een verfje en maakte er nog een lat in zodat ze er niet uit kan schuiven en nu hobbelt ze iedere ochtend hartstochtelijk terwijl ik de kamer opruim. Eerst wilde ze er steeds in gaan staan en is er zo ook eens uitgeduikeld, maar nu weet ze dat het niet mag en doet ze ‘t ook zelden meer.

27 Augustus.
De 25ste, “de dag der dagen” is ook alweer voorbij. In stilte heb ik onze tocht naar Garoet van drie jaar geleden herdacht. Wat lijkt dat alles oneindig ver terug! En hoe zal de toekomst zijn, ik denk daar vaak aan en dan stel ik me voor hoe jij thuis zult komen, hoe en waar je onze kleine meid voor het eerst zult zien en wat je er wel van zult zeggen. Soms, als ik de kamer in kom en ze zit te spelen, slaapt of ondeugend staat te kijken denk ik: Stel je voor dat nu ineens Hans binnen kwam! Maar dat is alles slechts fantasie, de werkelijkheid zal wel heel anders zijn dan wij het ons hebben voorgesteld. Dat is tot nog toe steeds zo geweest en ik moet zeggen in de meeste gevallen bleek de werkelijkheid minder erg dan in onze voorstelling!
We beleefden intussen wel weer een en ander. Sedert begin van de maand hebben we een toko in het kamp; d.w.z. we mogen maandelijks per persoon levensmiddelen bestellen voor de somma van f2.70 en wat we daarvoor kunnen krijgen valt erg mee, vooral waar Mien en ik gezamenlijk bestellen en dus f13.50 mogen besteden. Nu hebben we tenminste een broodje voor ontbijt, dagelijks melk en volop fruit. Voor de kleintjes levert de babykeuken uitstekende tim, soms wat aangebrand, pap en iedere dag een pisang!
En verder zijn we verhuisd! Mien en ik hebben nu samen een kamer van ±5 bij 4.60, mt groot genoeg voor ons allen, maar helaas zonder eigen uitgang en met een tuin zonder schaduw, zodat we ons oude huis toch wel erg missen. WE doen nu moeite om iets anders te krijgen, daar is Mien momenteel op uit. Intussen zien onze spruiten er patent uit, blozend en rond. Dik is Femia niet, maar gevuld met van die lekkere, blozende, stevige wangen. Je moest haar nu kunnen zien ronddribbelen, net een dronken matroos. In haar eigen onverstaanbare taaltje doe* ze nu alle hele verhalen, Henkje zegt ze heel duidelijk en als iets niet naar haar zin is, krijst ze: “nee!”
Tegen jouw foto zegt ze heel schattig: “tata papa!” Van Jenny kreeg ik nog voor het kamp sloot een heleboel jurkjes toegestuurd, daarvan draagt ze er nu een paar ‘s middags. ‘t Staat zo schattig, ook schoentjes draagt ze nu, ‘t is een echt snoezig klein meiske!
Als ik nu ook maar wist dat onze Pappie niet te veel over ons piekert en dat hij het een beetje goed maakt dan zou alles veel makkelijker zijn! Er is me voorspeld dat je met Femia’s tweede verjaardag weer thuis bent, dus daar reken ik nu maar op!

2 Nov* ’43
Vandaag is het je verjaardag. Femia heeft vanmorgen al zwaar met je zitten vrijen. Ze is dol op jouw foto en als ze de kans krijgt graait ze hem van de muur – houdt hem tegen haar wang en zegt maar tata-tata-tata.
Femia’s snoetje begint wat te veranderen, tenminste dat zeggen anderen, ikzelf zie het zo niet. In ieder geval wordt het al een heel mensje, ze kruipt stoepjes op en af, wil zelf haar lepel vasthouden, wil ‘s middags niet meer in de wagen uit, maar liever zelf lopen enz. Enz. Een klein willetje heeft ze wel hoor! Allemensen wat kan ze kwaad zijn als iets haar niet bevalt. Dan krijst ze, stampvoet of gooit zich op de grond van drift. Haar eerste pak op haar broek heeft ze dan ook heus al te pakken! Maar aan de andere kant kan ze allerliefst zijn, en heeft ze zeer aanhalige buien. ‘t Is zo grappig dat ze je zo drommels goed begrijpen ook al zeggen ze zelf nog haast niets. Zo trekt ze bijv. Steeds haar sokjes uit, maar als je zegt: “Waar zijn je kousen?” dan kijkt ze zoekend rond en komt er na een poosje mee aanwandelen. Ook begint ze nu zindelijk te worden. Als ik haar zeg een plas te gaan doen, loopt ze naar achter het buffet, waar haar bedje staat, haalt haar potje, gaat erop zitten en heef ze het gedaan, dan zegt ze “akla”, staat op en doet de deksel erop. Momenteel is ze* snipverkouden. ‘t Is ook weer regentijd, als ‘t maar bij een druipneus blijft is het niet erg, verhoging heeft ze niet, zodat ik hoop dat het een kwestie van een paar dagen is.

29 Nov. ‘43
Ons wurmpje wordt toch al zo’n klein hoopje verstand. ‘t Treft me telkens weer dat die kleintjes veel meer opmerken dan jezelf wel vermoedt. Toen er laatst een fles op tafel stond met de kurk ernaast, nam ze prompt de kurk en deed hem erop. Zoeven had ik haar aangekleed en ging haar schoentjes halen. Ik zet haar altijd op een bankje om ze haar aan te doen, maar toen ze me met haar schoentjes aan zag komen, ging ze op de grond zitten om ze aan te laten trekken! En zo zijn er honderd en een kleine dingetjes waarvan je merkt dat ze heus wel wat opmerken. Spreken doet ze nog haast niet. Pappa, Mamma, ach, pop, hobbel, dag zijn zo ongeveer de enige woorden die ze kent.
Sinds mijn verjaardag geeft ze een echte zoen! Oh als ze in een bui is, kan je heel wat afvrijen, maar ze heeft ook boosaardige momenten, dat ze willens en wetens je midden in je gezicht mept.

5 Dec. ‘43
Sint Nicholaas in het kamp! Op een handkar met veel Zwarte Pieten deed hij vanmorgen de ronde door het kamp. Bij zulke gelegenheden merk je pas dat je zenuwen er niet sterker op worden, ik – en velen met mij - had moeite mijn tranen te bedwingen. Maar voo de kinderen was het een reuze feest! Femia keek haar ogen uit, maar vond al die zwarte gezichten toch wel wat griezelig. Maar bij ons was de pret al voor dag en dauw begonnen. Gister voor ‘t naar bed gaan hadden Marijke en Femia hun schoentje gezet. ‘t Was geen gezicht, die drie kleine schoentejes. Marijke was er natuurlijk al vroeg uit en maakte door haar enthousiasme de andere peuters wakker. Wat een plezier had Femia met haar karretje. Jaap, de aap, moest er in zitten en als Henkje, die een kruiwagentje had gekregen, ahar karretje wilde vast houden, was ze woedend. Dan zet ze haar keel op, waar je bang van zou worden, die kleine kraai!
In ‘t begin liet ze zich maar alles welgevallen van Henkje en Marijke, maar nu begint ze van zich af te bijten. Vergeleken met die twee is Femia toch wel echt een rustig lief kind! Alhoewel ze ook haar buien kan hebben, maar hoe kan het ook anders, met zo’n mama!
Sybil had twee kaarten van Schoondorp* uit Thailand. Van jou is er nog steeds niets, en nu mogen we nog wel schrijven aan onze mannen en nu weet ik niet eens je adres! ‘t Is maar een rare wereld waarin we leven. ‘t Beste is veel te werken en weinig te piekeren.

17 Jan 1944.
Zo zijn we dan weer in een nieuw jaar aangeland en ik begin te vrezen dat we ook dit jaar hier nog wel uitzitten en wie weet hoeveel nog daarna. ‘t Enige is op het ogenblik om maar bij de dag te leven, van een toekomst kun je je absoluut geen voorstelling maken. Daar zitten we nu hier in het kamp, dat we het slecht hebben mogen we niet zeggen, vooral de laaste tijd krijgen we steeds veel lekkers: worst, spek, vis. Er zullen er zelfs velen zijn die het in normale tijden misschien niet eens zo goed hebben gehad, wat hun eten betreft. Maar de rest! Alle kleren gaan er langzaam maar zeker aan, ik loo pal in jouw lange broek van je bruine pak en nu behoor ik tot de gelukkigen, die veel mee hebben kunnen nemen.
En dan zijn de meeste mensen ook veel veranderd. Sommigen kunnen het leven al niet meer aan, worden zenuwziek, broodmager en grijs, anderen ontpoppen zich als haaien eerste klas of worden nog zelfstandiger dan ze al zijn! Ja Hansje, als jij nog eens thuiskomt, zul je raar opkijken van je vrouw. Om van je dochter nog maar niet te spreken! Wat dat voor een kind wordt! Als ze Henkje ziet kan ze niet nalaten met hem te vrijen. Ze valt hem om de hals, geeft kopjes, klopt en aait hem en het einde is meestal dat ze op z’n rug zit als een ruiter te paard.
Haar bedje heb ik weg moeten doen. Op een middag was ze vanuit haar bed op de babytafel geklauterd en stond mij, die op bed lag, toe te lachen. Je snapt, dat ik me doodschrok! Toen ik ‘s avonds het hele verhaal aan Frieda vertelde, hoorden we een klein plofje en daar stond mej. Femia op de grond! Van de babytafel had ze zich op haar buikje op de grond laten glijden! Nu slaapt ze in een box, die voorlopig te hoog is om eruit te klimmen.
Voor de regentijd waar we nu weer inzitten, hebben we voor Henk en Femia ieder een lange broek gemaakt uit een lap groen, die ik in één van jouw koffers vond. ‘t Staat allerleukst. ‘t Verduisteringsgoed*, dat jij van de fabriek meenam doet ook heel wat goede diensten. Femia moet er ook nog een pak van hebben! Gelukkig dat ik nogal wat kleine lapjes had, voor haar heb ik voorlopig geen zorgen, wat kleren betreft. Ze is nu al zo’n echt meisje, praat weinig, maar begrijpt des te meer. En een kleine ijdeltuit dat ze is. Ze vindt het prachtig om een mooie jurk aan te hebben, en bekijkt zich dan trots in de spiegel. Soms haalt ze al mijn broches en speldjes te voorschijn en moet die dan allemaal ophebben. Ze wordt nu ook flink en stevig en is goed gezond. Alleen met tanden krijgen is ze erg langzaam. Haar kiesjes heeft ze nu allemaal,maar haar 4de ondertandje is er nog steeds niet.

9 April 1944. (p24)
Eerste Paasdag en gister al twee jaar geleden dat jullie vertrokken. Ik zit sinds 1½ week bij Cootje en Jacob, omdat Sybilla in ‘t ziekenhuis ligt. Zij voelde zich de laatste dagen, of beter maanden weer steeds moe, had steeds verhoging en zodoende vond de dokter het beter dat ze maar opgenomen zou worden in ‘t ziekenhuis. Natuurlijk zorg ik nu voor de kinderen en Femia vindt het niets naar* ineens zo’n grote broer en zus te hebben in plaats van twee lastige Meertenskinderen*. En ikzelf vindt het een uitkomst. ‘t Werd een echt gespannen verhouding tussen Mien en mij. Natuurlijk door en om de kinderen, want ik mag, ondanks alles, Mien toch erg graag, maar zij bederft haar kinderen in de grond, ze is hun slaaf, de kinderen zijn de baas en Mientje draaft en holt de hele dag. Dientengevolge zijn ze enorm ongezeggelijk en jengelen en huilen ieder moment. Nu dat vond ik voor Femia nu niet ideaal. Je moet hier in ‘t kamp toch alzo veel anders doen dan je ‘t zou wensen, dat ik het voorbeeld van twee stoute en ongehoorzame kinderen met echte “tinka’s*” heel erg onplezierig vond. Zo had ik dan al pogingen gedaan om een eigen kamer te krijgen, maar dat lukte niet hard. Nu zit ik dan voor een paar maanden hier en vindt het heerlijk. Co en Jacob vinden het ook gezellig Femia hier te hebben en die weet al drommels goed, dat ze van hen veel gedaan krijgt. Ik heb al gezegd dat jij later wel jaloers op hen zult zijn, want zij maken Femia wel echt op z’n leukst mee. Plotseling begint ze heel veel te vertellen, ‘t is net een klein aapje, want ze doet nu alles na. Laatst zat Jacob op de bank gedachteloos met een djeroek te ballen. Toen hij opstond klom Feem direct in zijn plaats, nam de djeroek en trachtte hem na te doen.
Een maand of twee geleden is ze behoorlijk ziek geweest, toen is eigenlijk ook de narigheid met Mien tot uiting gekomen. Ze had een soort tongblaar en tegelijk erge last van haar buikje en heeft 14 dagen alleen geleefd op thee met suiker. Bah wat is dat ellendig als je zo’n wurmpje met den dag ziet afvallen! Gelukkig komen die kleintjes haast even snel weer aan. Met een blik havermout was ze binnen een week alweer een heel eind opgeknapt en geregeld levertraan en kalk deden de rest. Nu heeft ze weer bolle wangen en stevige armptjes en benen.
Op een dag zei ze ineens “Mammie” in plaats van Mamma zoals ze gewend was. En als ze zich ergens bezeerd met een zeer Haags accent, zoiets als “peen”*. En inplaats van uit zegt ze “aus” dat is tegenwoordig erger!

Geen datum
Femia voelt zich hier in huis en op de Poetrilaan al helemaal thuis. Vanwege de Zondagochtend mag ze vrij rondlopen en hoeft ze niet in de box. Nu rijdt ze met de omlaaggeklapte kinderstoel op straat. Een kleine kwajongen! Alles doet ze van de groten na. Ze roept oe-ah-ah klautert overal op en in, gooit met stenen enz. Enz. Hier voor staat een auto, waarvan alleen de carosserie nog over is. Zo nu en dan hoor je ineens verrukt roepen ‘Mammie daag!*’ en dan steekt er een klein blond kopje door ‘t achterraampje. Als ik haar niet geregeld in de box zou houden, zou ze in minimum van tijd in een straatschooiertje veranderd zijn. Ze is nu in een echte klimperiode, gelukkig is ze niet kleinzerig als ze valt. Dan huilt ze even, staat op en zegt ‘alkla’ en beidt mij een knie of een handje aan om er een zoentje op te geven tegen de “pheen”*. Ze praat nu de hele dag, meest onbegrijpelijke brabbeltaal, maar er komen toch steeds meer woorden bij: bordje, stok, beker, potje, bed, zitten, staan, kijken, steen, dagelijks komt er meer bij. Alleen voor een v. of f. zegt ze een p, voor een w een b. en een s en t achter elkaar leveren ook moeilijkheden, zodat ze zegt taant en teent inplaats van staan en steen. Zo nu en dan lijkt ze wel wat op Helentje, maar die is veel smaller, Femia is wel klein, maar toch ook stevig gebouwd. Erg veel gelijkenis met familie zie ik niet in haar, maar hoe dan ook zij is en blijft een kleine schat en dat is het voornaamste!

27 mei
- mist iets van het rode kruis pakket-

Heden middag een rodekruis paket ontvangen. 1 pakket voor 8 pers.

Inhoud:
1 bl. Corned beef
1 ,, zalm
3 ,, boter
3 ,,
1 ,, paté
2 ,, koffie
1 ,, patz* loaf
2 ,, ham + eggs
2 pakken chocolade
1 pak pruimen
1 ,, klontjes
1 ,, bouillon
1 ,, vitamine C.
10 ,, Chesterfield
1 bl. Poedermelk
2 st. zeep.
1 pak kaas.
1 bl jam

- missen 2 labels, wel aanwezig 1 label “SWAN pure white floating soap – Lever brothers company) met de tekst “Hoerah! Wat hebben we gesmuld” eronder. Daaronder een sigarettenpakje “Camel – Turkish & Domesitc blend cigarettes” – Camel 20’s – choice quality”)

23 Juni. (p25)
Feems 2e verjaardag is ook alweer voorbij en het is net alsof ze daarmee ineens baby-af is. Ze is momenteel je reinste boef en probeert al hele gesprekken te voeren, voor een buitenstaander natuurlijk vrijwel onverstaanbaar, maar ik snap haar al aardig.
Intussen is er weer een en ander gebeurd. Sybil kwam half Mei weer thuis, zodat mijn “vakantie” toen afgelopen was en ik voor een paar weken naar Mien op Malabar 20 terugkeerde. Gelukkig was ik er nog net op het nippertje in geslaagd om een eigen kamer te krijgen (en wat voor één) want na de rust in het huis bij Co en Jacob, viel de drukte en ‘t geharrewar met de kinderen van Mien me dubbel zwaar. Maar ik nam me voor om maar geen aanmerkingen meer te hebben nu ik toch weg zou gaan en zo scheidden we dan als de beste vrienden op op 2 Juni en vertrok ik naar mijn kamer op Galoenggoeng 53. Nota bene met afmetingen 3.00 x 6.00 m. en dat voor Feem en mij en een volkomen vrije uitgang naar voren. De eerst dagen viel het wel even vreemd om alleen te zijn, maar dat wende weer heel gauw en bovendien begint Femia zo te babbelen, dat ik beslist heel wat gezelligheid van haar begin te krijgen. En gemak ook! Zo brengt ze ‘s middags het mandje voor groenten naar de straatleidsters en vanmorgen bracht ze een briefje voor me naar Leou*, die op 26 woont. Mijn schoenen brengt ze ook altijd voor me op, in één woord: ze wordt al heel handig.
Intussen knapte Mien volkomen af, zodat die vanaf de 14e in ‘t ziekenhuis ligt. Ze was de laatste tijd ontzettend mager geworden en diverse emoties: hoofbewoonsterschap, mannen* die aan ‘t gedek werkten en vooral het alleen blijven wonen op Malabar, hadden haar zenuwen zo aangepakt, dat ze het lichamelijk en geestelijk niet meer aan kon. Henkje logeert nu hier bij mij, ik tracht hem wat te temmen, maar of het lukken zal? Femia is nu ook niet bepaald een zoetertje, zij zit hem finaal op z’n kop! Soms is het net een stel jonge honden. Ze kunnen wel leuk samen spelen, maar meestal blijft Henk in mijn buurt en is Femia met één van haar vele aanbidders op stap. ‘t Is vreemd maar zij is een kind dat de aandacht trekt, zoals in de Poetrilaan iedereen haar in minumum van tijd kende, zo is het hier ook steeds: dag Femia, kijk eens Femia, enz. En het zijn meestal jongens van om en bij de 10 jaar, dus hoe dat op den duur moet?!
Zo nu en dan beleef je grappige momenten met haar, doordat ze sommige woorden nog niet kent. Laatst liet ik haar zelf haar sokje aantrekken, ‘t lukte pas nadat ik ‘t aan haar voetje geschoven had, toen trok ze ‘t over haar hieltje omhoog. Ik zei ‘nu moet je ‘t boordje omslaan’. Ze kijkt me aan en geeft pats een flinke klap tegen haar sok.
Op een avond zei ik: ‘nu zoet gaan slapen Femia, Mammie gaat nog even naar Lou’; de volgende avond toen ik haar naar bed bracht vroeg ze prompt: ‘Mammie Lou?’
Gistermiddag, toen ‘t sloopje van haar kussentje af was gegaan: Mammie helpen, kussen kousje uit!’ Zo verrast ze nu dagelijks met nieuwe woorden, haar nieuwste ambitie is knikkeren en daarbij zit ze net als de jongens, haar handjes net echt!
Eén van haar eerste grappige opmerkingen was: Mam, Mammie Mammie Hedda*, Pientje Mammie Henkie. Hedda is Femia zelf, Henkje heeft haar zo gedoopt en Pientje is Mien.

2 Juli
Vanaf morgen krijgen we een militaire opvoeding! Twee maal per dag appel! Maar we mogen tenminste een half uur later naar bed, dat is fijn, dan behoef je je niet zo idioot te haasten.
Verder mogen we sinds enige tijd ook weer lesgeven. Ik heb nu Jacob, Cootje met nog een vriendje samen en dan nog twee meisjes apart. Daar ben ik ongeveer drie dagen in de week mee bezet. Nu Henkje hier ook nog logeert, is het wel wat druk, maar ‘t gaat toch wel. Mien ziet er nog beroerd uit. We waren vanmiddag bij haar. Enerszijds is ze een zielepoot en heb ik echt medelijden met haar maar aan de andere kant kan ik me haar karakter nog steeds niet goed indenken. Haar kinderen maakt ze zelf tot lastpotten*, waardoor ze zichzelf het leven moeilijk maakt. ‘t Mooiste is, dat Henkje, die zo nu en dan behoorlijk ransel* van me krijgt, van zijn moeder niets wil weten.
Onze Femia wordt hoe langer hoe meer een duvel. De roep van de kampstraatjongens “yeah-ah*” heeft ze precies te pakken met zo nu en dan de variatie oeah-oeah-oeah. En daaraan hoor je altijd of ze in de buurt is. De laatste paar weken is ze ineens ook erg gegroeid en begint ze een ietsje op Helentje te lijken. ‘t Is maar raar, ‘t kind lijkt op niemand precies, bepaald knap is ze niet, maar ze heeft toch iets heel erg aantrekkelijks, wat blijkbaar voornamelijk in haar ogen zit.
Een paar weken geleden mochten we informeren naar onze mannen en familieleden waaraan we in lang of helemaal niets gehoord hadden. Ik gaf jou en ook Adie op. Nu maar afwachten of we er ooit een antwoord op krijgen.
Als jij nu intussen maar van mijn briefkaarten er maar een paar ontvangen hebt, voor jou lijkt me alles zoveel erger, ik heb tenslotte Femia, waar ik wel eens zorgen over heb, maar die me daarnaast ook zo ontzettend veel troost geeft. ‘t Zou natuurlijk allemaal veel heerlijker geweest zijn als jij haar ook van het begin afaan had kunnen meemaken, maar daaraan is nu eenmaal niets te doen. Toen Loek* Bakker* Feem laatst eens zag, en een poosje gadegeslagen had zei ze: “Als jouw man thuis komt, heeft hij heus geen ogen meer voor jou, dan kijkt hij alleen naar ‘t kind, wat is ze een schat.”

20 Juli
Femia heeft mazelen. Henkje is ermee begonnen en natuurlijk bleef het toen bij Feem niet uit. Vandaag, de zesde dag, zijn ze eindelijk uitgebroken en nu is het ergste leed geleden. ‘t Is wel erg vervelend dat het de kinderen zo aanpakt. Feem is nu al heel wat magerder geworden en ze blijven erna nog zo lang lusteloos en vatbaar. Wat dat laatste betreft bof ik wel weer erg met mijn kamer, van tocht is hier geen sprake. Trouwens ik ben nu helemaal blij, dat ik mijn verhuizing doorzette, we moeten nu de erven bebouwen. Daar heb ik op zichzelf geen bezwaar tegen, maar op dat Malabarhoekje werd ontzettend gegapt, zodat je er toch geen profijt van al je werk hebt. Verderzien ze liever niet dat we in de tuinen zitten, ook niet met naaiwerk, dus aan die grote tuin daar heb je ook al niets meer. ‘t Spijt me wel, dat m’n stukje grond hier niet wat groter is, want voor ‘t aanleggen van groentebedden is het niet veel. Toch tracht ik maar zoveel mogelijk te planten: tomaten, prei, selderij, kangkoeng, sami*. Nu in de droge tijd gaat het nog wel, maar in de regentijd zal alles wel onder water komen te staan.
Henkje gaat Zaterdag weer naar huis; eerlijk gezegd ben ik blij dat ik van hem af ben. Wat een lastig heer is dat! Voor Femia is het wel jammer, dat ze haar vriendje moet missen juist al ze weer beter wordt en voorlopig nog binnen moet spelen. ‘t Is wel fijn, dat zij nu al heel wat praten kan, ze kan nu tenminste vragen om wat ze nodig heeft. Ze spreekt al heel behoorlijk: “Henkje is weggelopen” zegt ze keurig netjes en voordat ze ziek was, kwam ze dagelijks met nieuwe woorden aan. Op Sybilles verjaadag zei ik ‘s morgens, toen ik haar uit bed haalde: “Vandaag gaan we naar Sybil.” “Cootje, Bil, Kop? Zei ze met een vragend snuitje.
Enfin, we gingen ontbijten en ik deed was en kamer en toen ik om half 10 Femia wilde opdoffen, was die verdwenen. Nu maak ik me daar nog zo ongerust over. Practisch in iedere straat wonen kinderen, die haar kennen en die brengen haar wel weer thuis. Auto’s zijn er niet en fietsen nog maar een paar, dus veel gevaar is er niet op straat.
Om een uur of 10 ging ik Poetrilaanwaarts in de hoop Femia onderweg te ontmoeten, maar toen ik halverwege was zeiden kennissen me al, dat Femia er al was! Ja Hans, je had eens een zelfstandige vrouw, maar nu krijg je straks een zelfstandiger vrouw + een zeer zelfstandige dochter terug!
Misschien zou jij het met mijn opvoeding niet helemaal eens zijn, maar ik geloof dat een beetje zelfstandigheid en wat haar op de tanden in de toekomst wel wat waard zal zijn en ik heb zo’n idee dat onze dochter een kind wordt, dat drommels goed weet wat ze wil en zichzelf zeer behoorlijk zal weten te redden.
Gister is Jakob naar ‘t jongenskamp in Tjimahi* vertrokken met vele anderen. Hij is nog wel een kind, veertien jaar, maar ‘t zal hem geen kwaad doen.
Femia heeft sinds 1½ week een jongenskop, met haar lange groene broek en straatjongensmanieren heeft ze nu niet veel meer van een meisje en toch zei één van de mannen, die hier in ‘t kamp werkten: “zusje geef me eens een handje?” Eerst voelde ze er niet voor, maar later deed ze het toch.

5 Augustus.
Als ik de foto’s van Femia bekijk van 1½ jaar geleden, is haar snuitje toch wel erg veranderd. Vooral nu met haar jongenskop ziet ze er ineens heel anders uit; nu lijkt ze ook werkelijk een beetje op jou, vooral wat de vorm van haar hoofdje betreft. Door de mazelen is ze weer een stuk magerder geworden en ook langer. Ze is nog niet weer de oude, maar gelukkig is haar eetlust vrij goed en zo zal ze wel gauw weer bij komen. Ze praat zo gezellig, houdt al hele gesprekken. Sommige woorden die ze moeilijk vindt, herhaalt ze telkens, de r brouwt* ze een beetje. Inplaats van deksel zegt ze: dekskel en dat klinkt zo leuk; nangk-hoesje betekent hoestdrank.
‘t Grappige is dat ze momenteel niets van zoete kostjes moet hebben, pap, havermout vertikt ze te eten, maar op nasi goreng is ze dol.
Gistermiddag zat ik les te geven en Feem was op mijn schoot geklauterd, ze had een zakdoek nodig en zocht die in m’n b.h.tje. Ineens trekt ze m’n hele jurk omlaag en riep: ai Mammie buik! tot groot plezier van de leerlingen, gelukkig alleen meisjes!
Ik vind het wel prettig om wat les te geven, je hebt tenminste het gevoel dat je leven niet volkomen nutteloos voorbij gaat en ik blijf in training, want wie weet hoe hard ik het straks nog nodig heb.
Er hebben verschillende dames bericht gehad van hun mannen. Eén had na Febr. ’42 niets meer gehoord en die kreeg nu een kaart uit Bombay! Stel je voor zo maar vrij, niet eens in een kamp! Ik speel ook wel eens met de gedachte dat jij op een schip gezet bent om weg gevoerd te worden en dat dat schip aangehouden is door de geallieerden, zodat je nu ergens in Australie of VoorIndië* zit. Als je ons hier maar niet helemaal vergeet hoor! ‘t Is wel gezellig om zo wat te fantaseren, alleen over de toekomst kan ik me absoluut geen voorstellingen maken, dat is misschien maar goed ook. ‘t Zal om te beginnen wel een hopeloze warboel worden en dan weet ik helemaal niet waar jij ergens bent Maar we vinden elkaar wel weer. Ik ben benieuwd hoe Femia erop reageert, zomaar ineens een Papa in huis te krijgen!
Weet je wel dat ik vroeger altijd droomde van een steile berg, die ik op moest.. Tegenwoordig droom ik steeds dat ik een berg afga, vlak langs een ravijn, maar ik kom er steeds goed langs en nu droomde ik laatst weer zoiets: ik zat op m’n fiets en ging een heuvel af met een behoorlijke vaart, de weg was vol karresporen en met moeite hield ik me op ‘t goed paadje en daar ineens zag ik dat een eind verder de weg vlak werd en alles weer gewoon was, maar voor ik zover was, werd ik wakker. Zou dat werkelijk het “Einde” geweest zijn??
Ik heb het momenteel anders niet gek: een ruime eigen kamer met een kraan (die Feem zo nu en dan open zet, liefst als ik op tenko moet verschijnen, zodat ik bij terugkomst de boel blank vind staan! En zolang ze het me nog niet afpakken kook ik vrolijk op mijn strijkijzer! Ik ben natuurlijk ook wat afgeslankt, maar dat staat me lang niet gek. 63 kilo weeg ik nu, dat is voor mijn lengte een goed gewicht.
Ik ben benieuwd hoe ik mijn Hansje thuis krijg!

2 Sept.
Feem werd zo schrikbarend mager, dat ik met haar naar de dokter ben gegaan. Ze woog nog geen 8 k.g. Ik schrok me naar, dokter wilde haar naar het ziekenhuis hebben ,maar daar voelde ik niets voor. Dus zouden we het een week aanzien en kreeg ze karnemelksepap extra. Dat deed wonderen. Na een week woog ze 9,3 k.g. en nu ziet ze er weer reuze goed uit. Echt stevig en met een paar harde bolle wangen. Ze is anders een echte driftkop tegenwoordig. “Nee, wil niet” is momenteel niet van de lucht en een wil heeft ze!!
Ze praat nu al heel behoorlijk en noemt zichzelf gelukkig geen Ada* meer, maar heel netje Femia.

1 Nov.
Onze Femia is je reinste straatjongen geworden. We lachen ons soms naar om haar, Cootje en ik, want Co logeert al ruim een maand bij mij. Sybil had typhus en ligt nu in ‘t ziekenhuis van Tjihapit* waar alle ernstige gevallen van hier heen gaan.
Maar om op Feem terug te komen, ze heeft absoluut alle slechte eigenschappen van mij, dat moet ik tot mijn schande erkennen. Dat gevalletje* gaat ‘s ochtends na het ontbijt de deur uit en komt dan tegen etenstijd terug. Op de vraag waar ze geweest is antwoordt ze: “Ikke Pientje weest!”. Toen ze weer eens op stap ging zei ik: “Feempje mag niet Pientje toe!” “Nee Mam, ikk niet Pientje toe.” Maar het mormel bleef weg en toen ze thuis kwam zei ze heel onschuldig “Mam, ikke niet Pientje weest, ikke Henkje weest!” Ja, zo is ze nou.

29 Dec.
Daar zitten we nu in Kamp IX te Ambawara! Wat een toestanden! Eigenlijk al tijden lang geruchten dat het hele kamp opgebroken zou worden, maar er werd zoveel gekletst en dat praatje hadden we al zo vaak gehoord, dat ik er niet veel van geloofde. Maar plotseling kwam Sybil thuis uit Tjihapit, waar al enige honderden vrouwen weg waren, en daar veronderstelde men dat Kareës er ook aan zou moeten geloven. En inderdaad 2 dagen later horen we dat de eerste groep, waar Feem en ik ook bij hoorden, de 16e zou moeten vertrekken. Dat gaf nu een geherrie* en gedoe, een uitwerken en wegen, want we mochten 20 k.g. per persoon meenemen, plus 2 dekens, klamboe en een bultzak voor ons tweeën.
Helaas onze klok, die me zo trouw gediend heeft met z’n N.T* en slag op J.T. Ik heb getracht hem te kenmerken, door in alle nullen met inkt streepjes te zetten (- tekening van een grote nul met 3 schuine streepjes erin -). Misschien lopen we hem later weer eens tegen ‘t lijf. Dan eisen we hem gewoon op!
Na veel drukte ging onze eerste groep dan de 16de ‘s middags op weg, bepakt en beladen. Op Kareës stapten we in, reden, na lang wachten naar Kiana Tjondong* en stonden daar weer tot na middernacht. E*. toen gingen we dan toch echt! Weet je eigenlijk vond ik ‘t reizen niet eens erg, alleen de nacht was ontzettend. Feem hield zich vrij goed en was overdag een en al aandacht voor alles wat ze zag. Nu nog, kijkt ze soms ineens heel blij, klapt in haar handjes en roept:”Ja Mammie, morgen lekker treintje rijden he?” Wat keek ze haar ogen uit! Locomotief een pracht ding, maar moeilijk om uit te spreken: lo… mo… moooiestief” kwam er ineens triomfantelijk, wat hebben we gelachen! En daar bleef ‘t voorlopig bij. Maar nu zegt ze het al heel netjes. In ‘t algemeen spreekt ze vrij foutloos (dat heeft ze niet van haar moeder) ook de verl. tijden en volt. deelw. Van sterke werkw. zegt ze haast altijd goed, gelopen, gevallen e.d. De eerste dagen kon ze maar niet wennen hier en wilde steeds “naar huis”. Maar nu weten we al niet beter of thuis is 55 c.m. van de middenrij in zaal 8A, waar we met 151 mensen wonen.

24 Dec.
Ja, dat is het ergste hier, dat je met al die mensen op één zaal zit en niet één klein plekje hebt, waar je eens rustig met jezelf alleen kunt zijn. Maar ach, alles went, soms heb je een kwade dag en zie je alles even somber in de volgende dag begrijp je niet hoe je zo geweest kunt zijn! Tenslotte is er bij alles nog wel iets prettigs. Zo heb je hier prachtige bergen rondom en de beeldigeste zonsop- en ondergangen, waar ik werkelijk van geniet. Voor de kleintjes is het wel naar, die hebben hier zo erg weinig: geen ruimte, geen speelgoed en ondanks dat zijn ze nog erg lief.. Feem zat laatst kiekjes te kijken en zag de foto van jou door Tingis* genomen en zei prompt: Kijk Mam, Pappie Nippon! Op een andere foto zag ze een meer met bergen erachter, ik wees haar de bomen, bergen en tenslotte ‘t water, waarop ze zei “waar is dan ember Mam?” Zo weinig kennen on ze peuters van de wereld! Feem heeft een rare uitslag in haar gezichtje en ik lig met boe.* dyssenterie in ‘t ziekenhuis, gelukkig niet erg, de rust doet me veel goed. Frieda zorgt voor Feem, Lou Postema en zij, zijn met onze groep meegegaan omdat we graag samen wilden blijven.

28 Januari 1945
5 min. voor 9 Nippon Tijd een vliegtuig met Rood-Wit-Blauw op de vleugels boven Ambawara.

1 Mrt.
‘t Was grappig de reactie van de vrouwen en kinderen te zien op ‘t bovenstaande. Vele huilden en er was natuurlijk veel hoera geroep waarop de kinderen algemeen vroegen: “Is er brood binnen?” want we zaten weer midden in eeen broodloze periode.
Intussen is ‘t optimisme van de meesten weer gezakt. Ikzelf heb me een tijd zeer beroerd gevonden. Na de baculaire* ben ik erg van de sukkel geweest: een wond aan m’n voet, uitlsag in m’n gezicht en oren, kiezen die afbrokkelden en tot slot een keelabsces*, waardoor ik weer 8 dagen in de kliniek heb gelegen. Maar onze Feem hield zich gelukkig goed. Wel heeft ze kinkhoest gehad, maar ze ziet er nog goed uit en is levendig en opgewekt. Kletsen dat ze doet! Een paar woorden heeft ze, die er maar niet inwillen: ramme (=warm), batere* (=water), beken (=deken) en dan zegt ze slink (=flink), slug (=vlug) enz.
Laatst ben ik bezig geweest met haar diverse achternamen te leren de meeste kende ze al, maar van Frieda wist ze ‘t niet. Eerst zei ze “Tante” en verbeterde ik haar: Lubbers. Enfin ze zei ‘t een vergat ‘t weer. Een paar dagen later had iemand een speelgoedolifantje en wees ik haar op de slurf. Ze keek me vragend aan, ik herhaalde slurf en daar kwam Feem, sl-sl-lubbers! We lachten ons naar. Daarna probeerde ik telkens haar slurf te laten zeggen, maar ‘t lukte niet, totdat ze tenslotte wanhopig uitriep: “Mamma, ik kan geen lubbers zeggen!”. Ze is weer echt schattig de laatste tijd. Alleen wat overmoedig. ‘t Is weer opvallend dat ze weer echt de speelpop van de hele omgeving hier is, terwijl er genoeg andere leuke kinderen zijn! Een geliefkoosd spelletje is Nippon, dan lopen alle kleuters achter elkaar, met één of ander hoofddeksel. Feem gebruikte een poppenjurkje! – en een stok op hun schouder: dan gillen ze hiré* en hebben de grootste pret als je voor ze buigt!
(- tekening van 3 jurkjes -)

19 Maart.
Als Feem in bed ligt, doet ze vaak haar sloopje van haar kussentje en gebruikt het als mutsje. Nu kwam gister Ellen, onze vroegere Kumitoho*, die hier nu in de kliniek werkt, op zaal met een verpleegsterskapje op. Feem ziet haar grinnikt en zegt: “Hei* Ellen, heeft een stroopje op” Later snapte ik dat ze “sloopje” bedoelde. Gisteravond, toen ‘t al donker was, nam ik haar mee naar de Balken*, zo noemen we hier ‘t deel waar de W.C’s zijn (verbastering van belakan). We liepen over ‘t veld en daar zag ze aan drie kanten de ramen van de verlichte zalen” Kijk Mam, net de trein!”. Leuk dat ze zich dat nog herinnerde.

5 April.
De eerste was het Pasen en we kregen warempel ieder een heel ei. Feem was verrukt. ‘s Ochtends was er een poppekast eerst vond ze ‘t erg mooi, maar ze is toch nog te klein om een verhaal te kunnen volgen. Daarna kregen alle kinderen (er zijn hier 66 op zaal onder de 12) een puddinkje. Ze stonden op een groot blad met een Paashaas erbij. Feem was verrukt. Ze vroeg of we ook een Pappie van de Paashaas kregen! ZE heeft geen flauw benul wat een Pappie eigenlijk is. Ze zullen raar opkijken straks, die arme peuters. Intussen gedijt Femia goed. ZE heeft nu de waterpokken gehad, ze rolt zo aardig door de diverse kinderziektes heen, alleen d’r kinkhoest slijt nog niet erg, maar ze ziet er goed uit en is één van de liefste kinderen van de zaal. Heus waar! Ze heeft een reuze geheugen. Laatst vroeg ze: Waar is mijn hobbel? “Is die in onze eigen zaal?” Ook heeft ze ‘t nog veel over Pientje, Henkje en Marijke. Eens kwam bij m’n buurvrouw een dame met heel wit haar. Feem zat op de blits en keek mij eens aan, en daarna weer naar ‘t witte haar toen zei ze: Is toch Sinterklaas ja Mam? Ze kan je daarbij zo trouwhartig aanzien. ZE snapt ook heel goed al dat ze haar mond moet houden als Mammie met anderen praat, en toen ze laaatst een hele poos zoet had zitten wachten tot we uitgepraat waren, nam ze m’n hoofd in haar beide handje en zei” “Ben jij klaar met andere mensen praten?” Meestal komt daar achteraan “ja?’ en dan knikt ze daarbij hevig met haar bolletje. Ze zegt nu dagelijks allerlei grappiges, maar meer grappig om ‘t gebaar en de uitdrukking, waarmee ‘t gepaard gaat, dan om de inhoud.
We hoorden dat op 1 April de oude Heer Harders in ‘t Oude Mannenkamp in Ambawara overleden is. Zielig, z’n vrouw woont nog buiten en hijzelf had niet eens in ‘t kamp hoeven te gaan als hij wat beter z’n best had gedaan. (- tekening van Paaseierrekje van houtendag* werk. 5 haasjes -)

2 Juli.
We zijn alweer 3 maanden verder en zitten nu voor de variatie in de strafgevangenis van Banjoebiroe. Op 3 Mei zijn we hierheen gewandeld. ‘s Morgens om 5 uur vertrokken we in prachtig maanlicht. ‘t Was een heerlijke wandeling, een km. of 6. Femia hield zich keurig, ze heeft het helemaal gelopen, zonder één klacht. Alleen de volgende dag was ze waarschijnlijk stijf van de spierpijn en huilde ze: “Ik kan niet lopen Mam!” Natuurlijk was ze die dag ook overmoe, trouwens dat waren we allemaal, na ruim 2 jaar van weinig lichaamsbeweging en slechte voeding, is zo’n wandeling niet voor de poes. ‘t Viel me nog mee, dat we ‘t nog houden, hoewel sommigen er nog dagenlang moe van waren. Maar hoe dan ook, we hebben genoten van de zonsopgang en de prachtige natuur. Feem had in ‘t begin alleen maar aandacht voor de vele palen langs de weg. Telkens riep ze enthousiast: “Kijk Mam weer een paal, een grote paal!” En de maan de sterren vond ze ook mooi. Hier in B.B. ontmoetten we veel oude kennissen uit Kareës, maar ons groepje werd in verschillende zalen ondergebracht, maar gelukkig konden we weer bij elkaar komen: Frieda Lubbers, Lou Postema, met de 2 kinderen (Saskia en Wiebe), Lien v/d Kooy met Thirza* en ik met Feem. Eerst zaten we in een zaal, maar eind Mei verhuisden we naar de emper*, die dichtgemaakt was omdat er mensen uit Solo bijkwamen. Nu liggen we op een rijtje tegen het gedek. Ieder op een bank van 2 bij 1 m. Zo is de ruimte beter dan op een brits, waar je veel dichter op elkaar zit. Officieel gaat Femia naar de grote school, maar dat doet ze alleen als ze zin heeft. Intussen zingt ze al alle mogelijke speelliedjes, weliswaar op haar manier en met de meest fantastische woorden, maar toch herken je hier en daar welk versje ze zingt. Voor ‘t naar bed gaan, kruipt ze altijd even bij me op schoot en dan moeten we samen “Poesje mauw zeggen” Zo ‘s avonds en ‘s morgens vroeg heeft ze altijd een vrijbui maar overdag is het je reinste jongen, in haar lopen, praten en spelen, alles is even jongensachtig. Toen ik haar gister zei om toch gewoon te praten zei ze met een “stoere” blik: “Ik ben toch een jongen!” Maar sedert haar 3e verjaardag draagt ze een strik in haar haar, weliswaar een heel kleintje, maar nu kun je tenminste zien dat ze een meisje is, want dat haar is wel een wanhoop, ‘t groeit haast niet en er is practisch niets mee te beginnen. En nu is ze dan ook weer 3 jaar geworden, en ze is nogal verwend ook. Ik had een beertje voor haar gemaakt, waar ze gelukkig erg blij mee was en waar ze veel mee speelt. Verder kreeg ze nog een erg leuke pop, die ik laatst bij een verloting getrokken heb. Maar die bewaren we nog wat in de koffer, hiji is zo leuk en Femia is er nog wel wat klein voor met haar beer is ze minstens even gelukkig. Van Frieda kreeg ze een olifantje vanwege de “slubbers” Maar nu weet ze wel dat het slurf heet. Lien maakte een snoezig “schilderijtje” in kruissteek en dan kreeg ze nog 3 leuke knoopjes en een haarstrikje. We zaten juist nogal goed in de goela djawa, zodat we zelfs nog een snoepje hadden ook. Wat een verschil met normale tijden, wat zou je zo’n verjaardag dan gevierd hebben, de eerste verjaardag, waarbij ze werkelijk beseffen wat jarig zijn betekent. Oh wat kan ik soms verlangen naar een eigen bedoelinkje*, al is het maar één enkele kamer, zoals in Kareës, als je maar je eigen baas kunt zijn, zelf koken en eten wat je wil en … genoeg! Want de pot wordt wel erg schraal momenteel. Gelukkig is het voor Feem nog genoeg, maar ‘t lijkt me een wanhoop om met grotere kinderen te zitten, die zo de hele dag kunnen eten.. Ik heb ons laatste blik Lactogeen* maar opengemaakt.

6 Juli.
Er zijn weer een 20 tal nieuwe mensen binnen, nu uit Batavia. Ze kwamen hierheen om met hun familie verenigd te worden. Er waren diverse kennissen bij o.a. de vrouw van Dr. Wirth* met de 2 jongste kinderen.
We hoorden berichten over kennissen, o.a. over Mien, die in het ziekenhuis in Tjedeng* (Batavia) moet liggen. Ik ben bang dat ze het niet haalt, ze was in Kareës al zo erg achteruit gegaan en ‘t ergste was, dat ze ook zo volkomen moedeloos was. Ook de oude M** moeten overleden zijn. Helaas hoorde ik niets van Sybil, ik vind het echt naar vooral met het oog op Cootje, dat

18 Juli.
Gister ben ik meegeweest naar buiten. We “mochten” bamboes gaan halen halverwege
Salatiga. We gingen met z’n 46en met 4 fourage* karretjes; in dagen heb ik niet zoveel aan je gedacht Hans. Toen we daar weer liepen tussen de sawahs, langs kampongs, heuvel op heuvel af moest ik steeds denken aan onze tochten naar Garoet. Wat was ‘t prachtig buiten. En op de terugweg met onze opgeladen karren! Daar liepen we, 11 Hollandse vrouwen naast iedere kar en in gedachten zag ik de Nagreh* helling waar we vaak die bamboe karren tegen kwamen met een paar koelies. De tijden zijn wel veranderd. Enfin ook dit gaat voorbij! We kregen tenminste een behoorlijk maal: 1½ hobvan* rijst + sambal oelek, katjang pandjang, een zoute visje, een stukje vlees, ½ djeroek, 2 pisangs, 2 koekjes, 2 tengtengs, 1 katj hidjoe koekje een stukje papaya en een kopje thee. Al deze lekkernijen kostten ons de man f*3,85 want ons pleziertochtje – bamboe halen voor ‘t kamp – mochten we natuurlijk zelf bekostigen. Op de terugweg zwommen we in ‘t zwembadje moedjoel. Een grappige gewaarwording na al die jaren.

4 Aug.
Gister ben ik weer naar buiten geweest. Er gingen 50 mensen van hees* naar ons, ** kamp in Ambawara, dat als werkkamp is ingericht. Frieda ging er ook heen, wel jammer dat we haar kwijt zijn. Lien, Ans Timmermans en ik gingen mee als vrijwilligsters voor ‘t vervoer van de barang. We waren er tenminste weer eens een ochtendje uit. Helaas mochten we in Kamp II* niet naar binnen, ik had graag eens gekeken hoe het er daar nu uitzag. Maar Frieda zullen we wel missen, we hadden veel aan haar, ze was ook dol op Feem en ook de enige waaraan ik Femia volkomen zou toevertrouwen, in geval* voor ‘t geval ik nog eens ziek zou worden. Maar gelukkig voel ik me weer helemaal fit. Ik weeg nu 55 kilo en behoor daarmee nog tot de stevigsten.
Momenteel is plotseling het hele kamp in juichstemming: Ons kamp krijgt extra brood!
Iedereen is dolgelukkig! Frieda loopt wel net alles mis. We hebben nl. Een heel nare tijd gehad, met slechte voeding, alsmaar tapioca pap, daardoor werd er veel gesmokkeld en dat had antuurlijk weer beroerde gevolgen en meestal niet eens voor de onbekende daders maar voor het hele kamp. Nu hebben we nieuwe kamphoofden, die de zaak heel wat verstandiger aanpakken en nu is de stemming ook erg veel prettiger. ‘t Liep dan ook wel de spuigaten uit. Iedereen gapte maar, waar die kon. ‘t Begon met een paar blaadjes rauwkost uti de tuin en het eindigde met ware aanvallen op groentekar, broodkar en moestuin.. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik uit de tuin ook wel één en ander “genjoort*” heb, maar ik tracht nu ernstig om volkomen eerlijk te zijn. ‘t Geheel werd zo onmenswaardig, men gunde elkaar ‘t kleinste hapje niet meer en er was niet anders dan haat en nijd onder de mensen, maar gelukkig voelen de meesten onder ons dat het weer anders moet worden en dat verbetert de zaak al heel wat.
Femia was een paar dagen ziek, overgeven en slechte ontlasting, maar gelukkig was het niet de gevreestde acetonvergiftingen waar veeel kinderen last van hebben. Nu is ze weer mijn kleine dondertje*! Dat alleen maar “grote zoentjes lust”. Na een ranselpartij vroeg ze” “Mam, heeft de Nip jou ook doodgemaakt?”

27 Aug.
Sinds 14 dagen is Jenny hier in ‘t kamp. We moesten met spoed het terrein naast de “boei” schoon maken, er staan daar 3 loodsen en 5 woningen. In ‘t geheel wonen daar nu 2100 mensen. Ze dwamen uit Moentilan*. Ik heb de hele week mee helpen sjouwen om mensen + barang van Ambawara hierheen te brengen. Ik was zwart als een nikker. Lou en Lien zorgden om beurten voor Feem. ‘t Is wel leuk dat ze helemaal niet lastig was als ik weg moest. Eens stond ik al netjes aangetreden in de rij toen Feem uit ‘t schooltje thuis kwam. “Daar is mijn Mammietje” zei ze meteen. Brede lach. En dan:”Ga jij naar Brawa*?” Ja Feem geef me maar gauw een zoentje”. Maar ze liep alweer op haar onverschillige manier weg: “ Nee straks maar als je terug komt!” Wel een heel verschil met vele kinderen, die staan te huilen en te dreinen omdat hun Moeder op stap gaat.
De eerste bekende, die ik zag was Nella*. Ze vond ‘t zo leuk dat ik hier zat. Van haar hoorden we dat Jen een paar dagen later zou komen. ‘t Was een enig weerzien. Natuurlijk was ze weg van Femia, en wonder boven wonder waren ze heel gauw goede vriendjes, ook met Helentje. Die is zo groot geworden. En ook erg veranderd., ik zou haar niet herkend hebben. De derde dag was Femia al alleen op stap naar Tante Jenny, dat kamp is n.l. bij het onze getrokken.
En nu, sinds gistermiddag is alles in opwinding. Eerst kwamen er een paar dagen geleden veel kisten voorzien van een rood kruis binnen. ‘t Bleek de obat te zijn die voor velen hoog nodig was. Toen kwam ‘t gerucht, alle Hutto’s* gaan weg en we krijgen uitsluitend bewaking van Niponers.* En inderdaad de Heitto*’s marscheerden gister af. En toen kwam ineens één van de Tinten* Hantjo’s vertellen dat we vanaf vandaag dagelijks zullen krijgen 400 g rijst en 350 g djagoeng.
Nu toen kwam er aan ‘t gejuch geen einde. De rijst alleen al is het dubbele van de portie en de djagoeng zeker het driedubbele! En vlak daarop kwam het bericht : alle Indo’s moeten zich melden. En even later, ze mogen naar huis! Nu dat gaf me een opwinding van je welste, en ondertussen kwam er maar rijst, meel, djagoeng en suiker binnen. De hele nacht zijn ze doorgegaan met registreren en daar we hier vlak naast het kantoor zitten is er van slapen niet veel gekomen. Nu gaan er al geruchten van dagelijks brood met boter en gedeeltelijk eten van de* Chinees! Daar reken ik nog maar niet op. Maar dat het de goede kant op gaat, dat twijfel ik niet in ‘t minst meer aan. En zo is nu al onze hoop op de naaste toekomst gericht.

25 Oct.
Eén is eenlijk = één tegelijk.
“Mijn mond is slecht”, als ze iets niet zeggen wil.
“Ik heb zo’n honger” als teken van tegenzin.

27 Oct.
Bericht ontvangen dat Hans 18 Sept (Maart?) 1943 overleden is te Rimsagen* Siam.

27 Dec.
“Ze hadden zeer grote pupillen en waren precies gelijk van vorm en uitdrukking, zoals de ogen van dieren ook zijn; en soms van mensen, die nooit in botsing met zichzelf zijn en wier gehele leven beheerst wordt door een rechtlijnig streven”
Uit “Orient Express”

(- tekening jasje, met tekst: gebreid jasje. Boord.2r.2a. Daarna averechts. Even boven boord gaatjes voor koordje.
2 c.m. onder ‘t drumsgat* met ererste streep beginnen
1 r 2a 1r 2a 1r. Middelste ‘t langst.
Bond halsje
Deze in’t midden van ‘t voorpandje. Op mouw 3str. v/h midden onder de strepen bloemen in kleuren.

Dit dagboek is uitgetypt door Ottilie.